Financieel nieuws
7 minuten lezen

Prinsjesdag 2022: welke fiscale wijzigingen verwachten we?

Prinsjesdag bracht de afgelopen jaren relatief weinig grote fiscale wijzigingen/verrassingen met zich mee. Voor dit jaar verwachten we dat ons kabinet wel degelijk een een groot aantal fiscale wijzigingen bekend zal maken. Vooruitlopend hierop geven we u hierbij een overzicht van de plannen waarvan we verwachten dat deze over drie weken op Prinsjesdag bekend gemaakt zullen worden.

1. Wijziging lage tariefschijf vennootschapsbelasting (Vpb)


Het huidige tarief van de vennootschapsbelasting is 15% voor de eerste € 395.000 aan fiscale winst en 25,8% over de rest. Er zijn plannen deze eerste schijf terug te brengen naar € 200.000, waardoor al voor winsten vanaf € 200.000 het hoge Vpb-tarief van 25,8% gaat gelden.

Daarnaast zou op grond van het pakket aan koopkrachtmaatregelen waarover het kabinet recent op 31 augustus 2022 overeenstemming heeft bereikt, het lage vennootschapsbelastingtarief van 15% verhoogd gaan worden naar 19%.

2. Wijziging box 2 inkomstenbelasting (IB)

Het huidige box 2-tarief in de inkomstenbelasting is sinds 2021 26,90% (in 2020 was dat nog 26,25% en daarvoor 25%). Er zijn plannen dit tarief te wijzigen in een progressief tarief. Het kabinet sprak in de Voorjaarsnota over aanpassing van het tarief naar 26% voor inkomsten tot € 67.000 en het meerdere te belasten tegen 29,5%.

Daarnaast is er begin juni een initiatiefwetsvoorstel door GroenLinks en de PvdA ingediend op grond waarvan het box 2-tarief 26% zal bedragen voor een inkomen tot ca € 60.000 en daarboven zelfs 40,59%! Wij merken op dat De Raad van State zich inmiddels kritisch heeft uitgelaten over dit initiatiefwetsvoorstel, waardoor we niet verwachten dat dit er daadwerkelijk gaat komen.

Voorgaande twee wijzigingen samengenomen leidt tot het volgende plaatje aan ‘gecombineerde heffing’ (dat wil zeggen: heffing van vennootschapsbelasting over de winst in de BV en het naar privé halen d.m.v. bijv. een dividenduitkering):

  26,9% IB 26% IB 29,5% IB 40,59% IB
15% VPB 37,87% 37,10% 40,08% 49,50%
25,8% VPB 45,76% 45,09% 47,69% 55,92%

3. Wijziging box 3

Op 24 december 2021 is het box 3-stelsel zoals dat vanaf 2017 geldt door de Hoge Raad tegengehouden. Als gevolg hiervan zal de Belastingdienst over de jaren 2017 t/m 2021 voor tijdige bezwaarmakers rechtsherstel moeten bieden. Dit zal plaatsvinden conform de zogenoemde spaarvariant. Voor meer informatie hierover zie ons eerdere nieuwsbericht.

De Hoge Raad oordeelde op 20 mei dit jaar dat dit rechtsherstel wettelijk gezien niet hoeft plaats te vinden voor niet (tijdige) bezwaarmakers (zie ook ons eerdere nieuwsbericht hierover). Maar wettelijk gezien bestaat wel de mogelijkheid iedereen te compenseren. De bal hiervoor ligt momenteel echter bij de politiek. Naar verwachting zal met Prinsjesdag bekend worden gemaakt of ook niet (tijdige) bezwaarmakers gecompenseerd zullen worden.

Forfaitaire spaarvariant

Voor het belastingjaar 2022 geldt een keuzemogelijkheid; ofwel gebruikmaken van het huidige wettelijke regime of wel gebruikmaken van de forfaitaire spaarvariant. Voor de jaren 2023 en 2024 wordt reparatiewetgeving veracht die naar verwachting aansluit bij de forfaitaire spaarvariant.

In die spaarvariant wordt uitgegaan van de werkelijke omvang van het spaargeld, schulden en overige bezittingen. Deze zullen nog steeds tegen een forfaitair rendement worden belast. De vraag is dan ook of de Hoge Raad dit rechtsherstel, net als in het Kerstarrest, in strijd vindt met het Europees recht. Dit aangezien alle niet-bank- en spaartegoeden (‘overige bezittingen’) nog steeds op één hoop gegooid worden en belast worden tegen hetzelfde forfaitaire rendement. Kijk daarom extra kritisch naar aanslagen die je op basis van deze spaarvariant krijgt opgelegd in situaties waarbij het werkelijk rendement substantieel lager is geweest dan op basis van deze spaarvariant. Maak daar bovendien als het kan op tijd bezwaar tegen.

Naar verwachting komt er vanaf 2025 overigens een geheel nieuw box 3-stelsel in de vorm van een vermogenswinstbelasting. Voor meer informatie zie ons eerdere nieuwsbericht hierover.

Tot slot kunnen we vermelden dat op grond van het pakket aan koopkrachtmaatregelen waarover het kabinet recent (31 augustus 2022) overeenstemming heeft bereikt, het box 3-tarief in drie stappen zal worden verhoogd van 31% naar 34%. Daarnaast zou het heffingsvrije vermogen worden verhoogd van € 50.650 naar € 57.000.

4. Verlaging box 1-tarief inkomstenbelasting (eerst schijf)

Op grond van het recente ‘koopkrachtakkoord’ van het kabinet zou het box 1-tarief in de inkomstenbelasting voor de eerste schijf (die loopt tot € 69.398) verder worden verlaagd met als doel de belastingheffing op arbeid te verlagen.

5. Versobering leegwaarderatio verhuurde woning

De leegwaarderatio is een percentage van de WOZ-waarde van een woning. Het percentage hangt af van de verhouding van de jaarlijkse huurprijs tot de WOZ-waarde van de woning en geldt slechts voor verhuurde woningen waarvoor de huurders recht hebben op huurbescherming. Deze leegwaarderatio wordt naar verwachting versoberd, waardoor o.a. de waarde van een verhuurde woning in box 3 stijgt.

6. Afschaffing middelingsregeling

De middelingsregeling is een regeling op grond waarvan, op verzoek, inkomstenbelasting wordt geheven over het gemiddelde inkomen van de afgelopen drie jaar in plaats van over de drie afzonderlijke jaarinkomens. Het kabinet wil per 1 januari 2023 de middelingsregeling afschaffen. Het laatste tijdvak waarover nog gemiddeld kan worden is (volgens het coalitieakkoord) 2022, 2023 en 2024.

7. Afschaffing fiscale oudedagsreserve (FOR)

Ondernemers in de inkomstenbelasting (IB-ondernemers) die nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, kunnen op dit moment gebruikmaken van de fiscale oudedagsreserve (FOR). Dit houdt kortweg in dat een deel van de winst gereserveerd kan worden voor de oudedagsvoorziening. Deze reservering zorgt voor uitstel van belastingheffing over dat deel van de winst. De FOR is geen echte oudedagsvoorziening, maar een fiscale uitstelpost. Dit levert dus op de korte termijn belastingvoordeel op. Het kabinet wil de FOR afschaffen door per 1 januari 2023 de fiscaal gefacilieerde opbouw van de FOR te stoppen. Ondernemers die vóór die datum een FOR hebben opgebouwd, kunnen deze nog wel afwikkelen.

8. Verlaging zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek bedraagt dit jaar nog € 6.310 en zal in 2023 naar verwachting verlaagd worden naar € 5.950. Daarnaast kan de aftrek nog maar verrekend worden tegen maximaal 37,07% in plaats van 40% nu. Uiteindelijk is het de bedoeling de zelfstandigenaftrek verder af te bouwen naar € 1.200 in 2030.

9. Aanpassing heffingskortingen

Naar verwachting zal de arbeidskorting worden verhoogd met als doel de belastingheffing op arbeid te drukken.

Daarnaast wordt de algemene heffingskorting naar verwachting afhankelijk gemaakt van het verzamelinkomen (waardoor de inkomens uit box 2 en box 3 ook gaan meetellen). De huidige algemene heffingskorting is namelijk enkel afhankelijk van het box 1-inkomen en bedraagt € 2.888 minus 6,007% van het inkomen uit werk en woning voor zover dat meer bedraagt dan € 21.317.

Tot slot wordt de inkomensafhankelijke combinatiekorting naar verwachting stapsgewijs afgeschaft (met overgangsrecht voor ouders met kinderen die zijn geboren vóór 2025).

10. Wijziging bijtelling elektrische auto’s

Op dit moment bedraagt de bijtelling voor elektrische auto’s 16% tot een maximumbedrag van € 35.000 van de catalogusprijs en over het meerdere 22%. Dit bedrag van € 35.000 gaat omlaag naar € 30.000, waardoor de lage bijtelling van 16% slechts nog maar over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde plaatsvindt in plaats van de eerste € 35.000 zoals tot nu toe het geval is.

11. Verhoging onbelaste kilometervergoeding

De belastingvrije kilometervergoeding van € 0,19 per kilometer wordt verhoogd. De exacte verhoging is momenteel nog onbekend.

12. Verhoging onbelaste thuiswerkvergoeding

De onbelaste thuiswerkvergoeding van thans € 2,00 per dag wordt naar verwachting per 1 januari 2023 geïndexeerd naar € 2,13 per dag.

13. Aanpassing gebruikelijk-loonregeling

De gebruikelijk-loonregeling houdt in dat het loon van een aanmerkelijkbelanghouder (= iemand die tenminste 5% van de aandelen in een vennootschap bezit) minimaal het hoogste bedrag moet zijn van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking (doelmatigheidsmarge van 25%);
  • het loon van de meestverdienende werknemer bij de vennootschap of van de meestverdienende werknemer van een verbonden vennootschap van de werkgever;
  • ten minste € 48.000 (in 2022, in 2021 was dat € 47.000 en in 2020 € 46.000).

Het voornemen bestaat de doelmatigheidsmarge van 25% zoals genoemd onder het eerste gedachtestreepje in 2023 te verlagen naar 15%. Dit betekent dat in 2023 het gebruikelijk loon op grond daarvan minstens 85% moet zijn van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Daarnaast komt de versoepeling in de gebruikelijk-loonregeling zoals die tot nu toe voor innovatieve startups geldt, mogelijk per 1 januari 2023 te vervallen.

14. Versobering 30%-regeling

Onder de huidige wet- en regelgeving kunnen werknemers uit het buitenland die in Nederland komen werken onder voorwaarden gebruikmaken van de 30%-regeling. Sinds 1 januari 2019 kunnen werknemers deze 30%-regeling in beginsel nog maar vijf jaar gebruiken. In het Belastingplan 2023 zal de regeling verder worden versoberd en alleen nog gelden tot maximaal de Balkenendenorm (€ 216.000 in 2022). Er komt naar verwachting wel een overgangsregeling.

15. Verhoging standaard tarief overdrachtsbelasting

In het coalitieakkoord heeft het kabinet al voorgesteld om het standaardtarief voor de overdrachtsbelasting te verhogen van 8% naar 9%. Inmiddels is het kabinet van plan het standaard tarief verder te verhogen naar 10,1%. De overdrachtsbelasting voor niet-woningen en woningen die niet een als eigen woning aangemerkt kunnen worden stijgt daardoor (voor bedrijven, beleggers of particulieren met een vakantiewoning voor de verhuur) met ruim 26%.

16. Afschaffing schenkingsvrijstelling ten behoeve van de eigen woning

Het kabinet wil de vrijstelling voor schenkingen ten behoeve van de eigen woning in 2023 verlagen en in 2024 volledig afschaffen. Momenteel bedraagt deze vrijstelling nog € 106.671.

17. Btw-tarief zonnepanelen naar 0%

Het btw-tarief van zonnepanelen wordt verlaagd naar 0%. Dit betekent niet zozeer een nieuw belastingvoordeel (immers particulieren kunnen nu in de regel reeds de btw op zonnepanelen terugvragen), maar een administratieve lastenverlichting (niet meer aanmelden als ondernemer, beroep doen op de KOR, enz.).

19. Afschaffing verlaagd btw tarief energie / verlaging energiebelasting

De btw op energie is sinds 1 juli 2022 verlaagd van 21% naar 9%. Deze btw verlaging wordt (op grond van het recente ‘koopkrachtakkoord’ van het kabinet) mogelijk ingetrokken. Daarmee samenhangend zou dan wel de energiebelasting fors worden verlaagd.

20. Continuering korting op accijns op benzine en diesel

De korting op accijns op benzine en diesel zoals die sinds 1 april 2022 geldt en eigenlijk zou lopen tot en met 31 december 2022, wordt verlengd tot 1 juli 2023.

Wij informeren u over de definitieve maatregelen

Uiteraard zijn voorgaande maatregelen nog niet definitief. Wij zetten met Prinsjesdag de uiteindelijk voorgestelde wijzigingen voor u op een rij en u hierover. Heeft u op voorhand al vragen? Neem dan gerust contact met ons op, wij helpen u graag verder.

triangle dark triangle light