Nieuw belastingverdrag Nederland België: Wat betekent dit voor jou?

De ontwikkelingen in het internationale belastingrecht volgen elkaar in een rap tempo op, zo ook op de lijn Nederland en België. Op 21 juni 2023 ondertekenden Nederland en België een nieuw belastingverdrag ter voorkoming van dubbele belasting. Dit nieuwe verdrag treedt hoogstwaarschijnlijk (mede gezien de kabinetsontwikkelingen in Nederland en de afronding van het ratificatieproces) vanaf 1 januari 2025 in werking. Het is (in theorie) mogelijk dat het verdrag per 1 januari 2024 ingaat.

In dit stadium beperken wij ons in dit nieuwsbericht tot de naar onze mening het meest in het oog springende wijzigingen en aandachtspunten. Wij verwijzen in dit kader ook naar ons eerdere nieuwsbericht over het op het verdrag van toepassing verklaarde zogeheten Multilateraal Instrument per 1 januari 2022, welk instrument in de nieuwe verdragstekst tussen de beide landen een verdere uitwerking heeft.

Thuiswerken, geen specifieke regeling

Een van de meest opvallende zaken is wellicht dat het nieuwe belastingverdrag (nog) geen specifieke aanvullende regelingen voor het thuiswerken bevat voor situaties waarbij de werkgever en werknemer niet als fiscaal inwoner van hetzelfde land zijn (thuiswerkende grenswerkers). Echter in andere overlegstructuren (binnen EU) kijkt men momenteel hoe hiermee om te gaan voor de belastingheffing. Voor wat betreft de sociale zekerheidspositie van grenswerkers die telewerken is sinds 1 juli 2023 de kaderovereenkomst in werking getreden. Meer informatie lees je het bericht: oplossing voor thuiswerkende grensarbeiders in zicht?

Invloed OESO-ontwikkelingen op verdrag

Veel belastingverdragen ter voorkoning van dubbele belasting zijn gestoeld op het zogeheten OESO-modelverdrag ter voorkoming van dubbele belasting. Een belangrijk voordeel voor de praktijk hiervan is dat kan worden teruggevallen op het OESO-commentaar ter verduidelijking van de verdragsbepalingen. 

Vanuit onder andere maatschappelijke ontwikkelingen kan het OESO-commentaar na het ondertekenen van een belastingverdrag (ingrijpend) wijzigen. In de regel kan je stellen dat een wijziging van het OESO-commentaar geen invloed heeft op een belastingverdrag dat is gesloten voor de datum van wijziging van het OESO-commentaar (de “statische interpretatie”). In het nieuwe verdrag tussen Nederland en België staat niet de “statische interpretatie”, maar de expliciet de “dynamische interpretatie” voorop. Dit betekent dat eventuele wijzigingen in het OESO-commentaar na 21 juni 2023 van invloed kunnen zijn op het nieuwe belastingverdrag. Dit behelst een behoorlijke ‘ommezwaai’, die wij vanzelfsprekend ook monitoren bij de verschillende interpretaties van het nieuwe verdrag tussen Nederland en België.

Vaste inrichting en specifiek vaste vertegenwoordiging

In beginsel wordt een onderneming belast over haar wereldwinst in het land waar zij fiscaal is gevestigd. De winst toe te rekenen aan een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger in de andere staat is aldaar belast, waarvoor de vestigingsstaat een tegemoetkoming ter voorkoming van dubbele belasting dient te verlenen. De meest relevante wijziging in het nieuwe verdrag betreft de mogelijke uitbreiding van het heffingsrecht over winst toe te rekenen aan vaste vertegenwoordigers. 

Het huidige verdrag omschrijft een vaste vertegenwoordiger als: een persoon die gemachtigd is tot het sluiten van overeenkomsten en van deze volmacht gewoonlijk ook in de praktijk gebruik maakt. Een vaste vertegenwoordiging en daarmee een heffingsrecht aan de andere staat kan dus worden voorkomen door de uiteindelijke overeenkomst te laten tekenen door de bestuurder in het land waar de onderneming (“hoofdhuis”) is gevestigd. Deze (ontgaans)mogelijkheid wordt in het nieuwe verdrag aangepakt in lijn met eerdere ontwikkelingen uit BEPS. Sprake is dan van een vaste vertegenwoordiger, indien deze gevolmachtigde in het buitenland de voornaamste rol speelt die leidt tot het sluiten van de overeenkomsten en deze overeenkomsten stelselmatig zonder materiële wijziging door de onderneming gesloten (getekend) worden. Het nieuwe verdrag sluit dus veel meer aan bij de kwaliteit van de werkzaamheden verricht in het buitenland.  

Aandachtspunt: Er kan sneller sprake zijn van een vaste inrichting / vaste vertegenwoordiging in de andere verdragsstaat, waardoor een belastingplicht in de andere staat alsmede aanvullende compliance verplichtingen kunnen ontstaan.  Loop alle situaties na, waarbij wordt gewerkt met vertegenwoordigers in het buitenland, zoals bij de bekende agentuurovereenkomst, zodat eventuele nadelige gevolgen van deze wijziging tijdig kunnen worden ondervangen.

Dividenden Nederland België

In beginsel zijn dividenden belast in de verdragsluitende staat waar de ontvanger (uiteindelijke gerechtigde) gevestigd/woonachtig is. Aan het land waar de dividenden uit afkomstig zijn, komt op basis van het huidige belastingverdrag in beginsel een heffing van (minimaal) 5% bronbelasting toe. Dit tarief kan oplopen naar 15%.1

In het dividendartikel van het nieuwe verdrag is de mogelijkheid opgenomen voor een volledige vrijstelling van deze bronbelasting. Er mag dan geen sprake zijn van verdragsmisbruik conform de (eerder toegelichte en uit het MLI afkomstige) principal purpose test, en onder de voorwaarden dat:

  1. een vennootschap ten minste 10% van de aandelen in de deelneming houdt, en;
  2. het belang van 10% ten minste 365 dagen wordt gehouden.

Met andere woorden, mits aan deze vereisten wordt voldaan, kunnen dividenden onbelast tussen vennootschappen worden uitgekeerd. Let op, op dividenden uitgekeerd aan natuurlijke personen blijft ook op basis van het nieuwe belastingverdrag de 15% bronbelasting gelden. 

Aandachtspunt:
Is sprake van een (vaste) dividendpolitiek of toekomstige dividenden, loop de in dit kader gemaakte afspraken na en houdt rekening met deze mogelijke versoepeling.

1Per 1 januari 2022. Op basis van de Nederlandse wetgeving kan een vrijstelling aan de orde zijn, indien wordt voldaan aan de voorwaarden van de inhoudingsvrijstelling in de wet op de dividendbelasting.

Interest Nederland België

De hoofdregel houdt in dat interest daar mag worden belast waar de ontvanger (uiteindelijke gerechtigde) van de interest gevestigd/woonachtig is. Echter, in het huidige verdrag is ook geregeld dat een heffingsrecht van 10% belasting toekomt aan het (bron)land vanuit waar de rentebetaling plaatsvindt. Deze heffing zien wij in de praktijk ook voorbijkomen. In het nieuwe verdrag komt deze laatste heffingsmogelijkheid te vervallen en is er enkel sprake van een heffing in de woonstaat.

Aandachtspunt:
Loop de gemaakte interestafspraken na op deze versoepeling of houdt reeds rekening met deze aanstaande versoepeling. 

Bestuurdersbeloningen Nederland België

In beginsel zijn bestuurdersbeloningen daar belast waar de vennootschap is gevestigd. In de praktijk neemt men soms de stelling in dat het salaris van veelal een directeur-grootaandeelhouder kan worden gesplitst in een gedeelte dat ziet op (echte) bestuurdersactiviteiten enerzijds en anderzijds in een gedeelte dat meer ziet op reguliere werknemersactiviteiten. Dit kan een belastingvoordeel met zich meebrengen. Voor de bestuurdersactiviteiten geldt dan dat het land waar de vennootschap is gevestigd belasting mag heffen. 

Voor de andere activiteiten (als “reguliere” werknemer) kan je stellen dat het artikel voor niet-zelfstandige beroepen van toepassing is. Hierbij kan de plaats waar de werkzaamheden fysiek plaatsvinden een grote impact hebben. Voor niet-zelfstandige arbeid kan zodoende een zogeheten salary split ontstaan, hetgeen betekent dat in twee verschillende landen belasting mag worden geheven over een gedeelte van het salaris. Dit kan aantrekkelijk zijn voor een werknemer.

In het nieuwe belastingverdrag wordt hier zelfs in voorzien. Een onderscheid bestaat voor beloningen van een bestuurder in:

  1. De werkzaamheden die een statutair bestuurder in zijn hoedanigheid van statutair bestuurder verricht, en;
  2. De overige werkzaamheden.

Aandachtspunt:
Beoordeel de voorwaarden waaronder de directeur-grootaandeelhouder werkzaam is en sorteer tijdig voor op deze mogelijke versoepeling en belastingvoordeel.

Geen compensatieregeling op aandelenoptierechten

Ook in het nieuwe belastingverdrag wordt de compensatieregeling opgenomen. Dat houdt in dat een Nederlandse grensarbeider wordt gecompenseerd indien de Nederlandse en Belgische belastingheffing tezamen (door deze grensarbeid) hoger is dan wanneer enkel Nederlandse belastingheffing van toepassing is. Het verschil wordt dan gecompenseerd. Voor deze compensatieregeling worden inkomsten uit aandelenoptierechten uitgezonderd voor zover de waarde hiervan in België in een ander kalenderjaar belast wordt dan in Nederland. 

Het moment van de belastingheffing op aandelenoptierechten kan verschillen tussen Nederland en België. Dit komt omdat ieder land een ander moment kan aanmerken als het tijdstip waarop de belastingheffing op aandelenoptierechten plaatsvindt. In België worden aandelenoptierechten belast op moment van toekenning (en zij binnen 60 dagen worden aanvaard). Daarentegen kan in Nederland inmiddels gekozen worden om de belastingheffing uit te stellen tot het moment dat de aandelen verhandelbaar zijn. Een werknemer kan er echter nog steeds voor kiezen om belastingheffing plaats te laten vinden op het moment dat de aandelenopties onvoorwaardelijk worden.

Zodoende kan de totale belastingdruk in Nederland en België (over meerdere jaren) hoger zijn dan het moment dat enkel Nederlandse belastingheffing van toepassing zou zijn. Desondanks wordt hier geen compensatie voor toegekend.  

Aandachtspunt:
Loop tijdig de secundaire arbeidsvoorwaarden op optierechten na en anticipeer tijdig om niet voor nadelige gevolgen komen te staan. 

Overige wijzigingen Belastingverdrag Nederland-België

Naast de bovengenoemde wijzigingen zijn er nog diverse wijzigingen welke wij nog niet in detail hebben beschreven. Onderstaand hebben wij nog enkele van deze overige wijzigingen opgenomen: 

  • Het artikel over zelfstandige arbeid komt te vervallen. Dit soort werkzaamheden zullen in de toekomst onder het ondernemingswinstartikel gaan vallen.
  • Een anti-fragmentatiebepaling voor bouw-, constructie- en installatiewerkzaamheden. Dit dient te voorkomen dat een vaste inrichting kan worden vermeden door het opknippen van contracten.  
  • De specifieke bepalingen voor (hoog)leraren, sporters en artiesten zullen vervallen. Dit betekent dat deze categorieën voortaan onder het ondernemingswinstartikel of niet-zelfstandige arbeid zullen vallen. 
  • Onder omstandigheden verleent Nederland niet langer een vrijstelling van dubbele belasting ter voorkoming van dubbele belasting, maar enkel een verrekening (indien België de inkomsten tegen een te beperkt tarief belast.
  • Ook onder het nieuwe verdrag zal België geen volledige verrekening geven voor de 15% Nederlandse dividendbelasting op dividenden aan in België wonende natuurlijke personen. De gecombineerde belastingdruk kan onverminderd hoog blijven.

Het nieuwe belastingverdrag kan verregaande consequenties hebben voor bestaande situaties. Wij hebben enkele belangrijke aandachtspunten benoemd. Het is raadzaam om de eventuele gevolgen van het nieuwe belastingverdrag in de grensoverschrijdende situatie Nederland – België in kaart te brengen en tijdig voor te sorteren op de mogelijk gewenste situatie. Ondersteuning nodig? U kunt uiteraard contact op nemen met uw vaste adviseur of onze collega Jeroen Rooijakkers via jeroen.rooijakkers@hlb-wvdb.nl of via +31 (0)73 206 00 54.

triangle dark triangle light