2 minuten lezen

Hoge Raad: box 3-heffing in strijd met eigendomsrecht en discriminatieverbod

Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad tot verrassing van velen dat de box 3-heffing zoals we die vanaf 2017 kennen in strijd is met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod. Maar veel belangrijker (en unieker nog); de Hoge Raad biedt zelf rechtsherstel door het werkelijke rendement in de heffing te betrekken.

Sinds de invoering van de Wet Inkomstenbelasting 2001 wordt vermogen in box 3 belast op basis van een forfaitair rendement. Gedurende de periode 2001 t/m 2016 ging men uit van één forfaitair rendement van 4%. Over die systematiek oordeelde de Hoge Raad in 2019 al (voor de jaren 2013 en 2014) dat dit in bepaalde gevallen inbreuk vormde op het eigendomsrecht en kon leiden tot een individuele buitensporige last. De Hoge Raad stelde zich toen nog zeer terughoudend op en liet het voorzien in dit rechtstekort in feite over aan de wetgever. Praktisch bezien had je daar in de regel dus niet veel aan.

Aanpassing wetgeving box 3 heffing

Op 1 januari 2017 is box 3 aangepast in die zin dat niet langer sprake is van één forfaitair rendement (van 4%), maar dit wordt berekend op basis van een fictieve vermogensmix. Deze vermogensmix houdt echter nog steeds geen rekening met het daadwerkelijk behaalde rendement. Zo worden spaarders nog steeds belast alsof ze tenminste 1/3e beleggen. Over deze gewijzigde systematiek oordeelde de Hoge Raad in juli van dit jaar al dat ook hierbij sprake kan zijn van een individuele buitensporige last. Dit was een voortzetting van de lijn van de jurisprudentie die gold voor de belastingjaren tot en met 2016.

De Hoge Raad gaat nu een behoorlijke stap verder en oordeelt dat de huidige box 3 heffing op basis van een vermogensmix op stelselniveau in strijd is met het recht van eigendom en het gelijkheidsbeginsel. De Hoge Raad doet daarnaast iets unieks. Zij biedt tevens rechtsherstel door alleen het werkelijke rendement in de heffing te betrekken.

Wat zijn de gevolgen van het arrest?

De consequenties van deze verregaande en principiële uitspraak zijn momenteel nog niet geheel duidelijk. Zo is de wijze waarop uitvoering gegeven gaat worden aan het oordeel van de Hoge Raad nog niet bekend. Tevens roept het arrest tal van vragen op zoals de vraag hoe het werkelijke rendement moet worden berekend én of het voor de jaren vanaf 2017 nu wellicht mogelijk is te kiezen uit twee systemen; belastingheffing op basis van forfaitair rendement (huidige wetgeving) of belastingheffing op basis van het werkelijke rendement (conform het arrest van de Hoge Raad).

Verder is de vraag welke maatregelen de staatssecretaris mogelijk neemt en of wellicht nu veel sneller dan gepland, overgestapt zal worden op een box 3 heffing op basis van reëel rendement zoals reeds opgenomen in het regeerakkoord. Volgens het regeerakkoord zou het nieuwe box 3-systeem met een heffing op basis van werkelijk rendement namelijk pas per 1 januari 2025 worden geïmplementeerd. Voor meer informatie hierover verwijzen wij naar ons eerdere nieuwsbericht.

Welke actie dien je te ondernemen?

Indien de belastingaanslagen over de jaren 2017 t/m 2020 nog niet onherroepelijk definitief vast staan, dient zeker ter behoud van rechten bezwaar aan te worden getekend. Mogelijk bestaat dan immers recht op een tegemoetkoming. Hoe deze zal worden vormgegeven, is momenteel nog niet duidelijk. Wij adviseren je contact op te nemen met je adviseur om je persoonlijke situatie nader te bespreken.