Fiscaal nieuws
3 minuten lezen

De Hoge Raad biedt geen rechtsherstel voor niet (tijdige) bezwaarmakers

De Hoge Raad heeft op 20 mei 2022 twee belangrijke arresten gewezen over het bieden van rechtsherstel naar aanleiding van het box 3-arrest van 24 december 2021 (het ‘Kerstarrest’). In deze zaken heeft de Hoge Raad beslist dat de Belastingdienst niet door een rechter kan worden verplicht spaarders te compenseren die niet (tijdig) bezwaar hebben gemaakt tegen de box 3-heffing vanaf 2017. Het is niet uitgesloten dat het kabinet en de Tweede Kamer alsnog beslissen om toch meer spaarders tegemoet te komen, maar dit is momenteel nog onduidelijk.

Het ‘Kerstarrest’: waar het allemaal mee begon

Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de forfaitaire box 3-heffing vanaf 2017 in strijd is met het eigendomsrecht en discriminatieverbod. Wanneer het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement moet volgens de Hoge Raad het voordeel uit sparen en beleggen worden bepaald op basis van het werkelijke rendement.

Rechtsherstel voor tijdig bezwaarmakers

Op 28 april 2022 werd bekend op welke wijze rechtsherstel wordt geboden voor de box 3-heffing over de belastingjaren 2017 – 2020. Het kabinet besloot dat voor belastingplichtigen die tijdig bezwaar hadden gemaakt en belastingplichtigen wiens bezwaren meeliepen in het massaal bezwaar, vóór 4 augustus 2022 van dit jaar automatisch rechtsherstel zouden krijgen via de forfaitaire spaarvariant.

Wat kunnen tijdige bezwaarmakers doen als ze het niet eens zijn met het geboden rechtsherstel?

Na het automatische rechtsherstel kan in beginsel geen beroep meer worden aangetekend bij de rechter. De Hoge Raad geeft aan dat wanneer een belastingplichtige zich niet kan vinden in de omvang van de compensatie, wel een verzoek om ambtshalve vermindering kan worden ingediend bij de inspecteur. Wijst de inspecteur dit verzoek af, dan is deze beslissing voor bezwaar (en beroep) vatbaar. Op die manier heeft de belastingplichtige altijd de mogelijkheid om de beslissing van de inspecteur aan te vechten. Hierna kan de rechter een oordeel uitspreken over de omvang van de compensatie en – indien nodig – of deze hoger moet worden vastgesteld. Let op: dit is dus een andere situatie dan wanneer niet of niet-tijdig bezwaar is gemaakt (zie hierna).

Rechtsherstel voor niet of niet-tijdig bezwaarmakers

Voor de belastingplichtigen die niet (tijdig) bezwaar hebben gemaakt, was nog geen beslissing genomen over het al dan niet bieden van rechtsherstel. De Hoge Raad zou op 20 oktober 2022 van dit jaar uitspraak doen in een zaak waarin dit aan de orde was, maar deze uitspraak is er dus met de arresten van de Hoge Raad van vrijdag 20 mei 2022 (veel) eerder gekomen dan verwacht.

De Hoge Raad geeft onder andere aan dat te late bezwaren tegen aanslagen inkomstenbelasting 2017 en 2018 in behandeling moeten genomen als verzoek tot ambtshalve vermindering. Een verzoek om ambtshalve vermindering wordt afgewezen als de onjuistheid van de aanslag voortvloeit uit jurisprudentie die is gewezen nadat de aanslag onherroepelijk is vastgesteld. De Hoge Raad stelt dat het box 3-arrest van 24 december 2021 nieuw gewezen jurisprudentie is. Dit betekent dat verzoeken om ambtshalve vermindering op basis van de wet moeten worden afgewezen. De Hoge Raad stelt ook dat dit alleen anders zou zijn geweest, als de Staatssecretaris gebruik zou hebben gemaakt van zijn wettelijke bevoegdheid om hierop een uitzondering te maken. De Staatssecretaris heeft dit tot op heden nog niet gedaan. Hier is dus sprake van een politieke afweging.

Opmerking over box 3 in de Voorjaarsnota 

In de eveneens op 20 mei 2022 gepubliceerde Voorjaarsnota 2022 staat vermeld dat wanneer de Staatssecretaris alsnog besluit om aan méér belastingplichtigen rechtsherstel te bieden, hij hiervoor nog wel budgettaire dekking moet vinden. De Staatssecretaris is hierbij dus ook afhankelijk van de (politieke) bereidheid en het oordeel van de Tweede Kamer.

Geen heroverweging voor box 3-rechtherstel voor de belastingjaren tot en met 2016

De Hoge Raad spreekt in het arrest van 20 mei 2022 nog expliciet uit dat de gevormde rechtspraak over de box 3-heffing voor de jaren tot en met 2016 ongewijzigd blijft en dus wordt gehandhaafd. Voor de jaren tot en met 2016 is daarom ook alleen rechtsherstel mogelijk als er sprake is van een individuele en buitensporige last. Uit eerdere arresten uit het verleden is duidelijk gebleken dat hiervan bijna nooit sprake zal zijn.

De mogelijkheid om hierop een beroep te doen staat ook open voor niet (tijdige) bezwaarmakers, maar de kans dat dit beroep slaagt is klein.

Hoe nu verder?

De Hoge Raad heeft beslist dat rechtsherstel alleen wordt geboden aan degenen die tijdig bezwaar hebben gemaakt. Voor de niet (tijdige) bezwaarmakers is het afwachten of de Staatssecretaris (en de Tweede Kamer) bereid zijn om hen óók rechtsherstel te bieden.

Mocht je naar aanleiding van dit bericht vragen hebben, neem gerust contact op met Esther Leenders

triangle dark triangle light