Belastingverdrag Nederland – België aangepast: de belangrijkste gevolgen

Op dit moment onderhandelen Nederland en België over een nieuw belastingverdrag. Daarom was het zogeheten Multilaterale Instrument (MLI) tot en met 2021 nog niet van toepassing verklaard op het huidige belastingverdrag Nederland – België. Toch trad de MLI vanaf 1 januari 2022 ook voor het huidige belastingverdrag Nederland en België in werking. Dit betekent dat het huidige belastingverdrag anders kan uitwerken.

Voor de verdere uitleg van de globale werking van het MLI verwijzen naar verderop in dit bericht. Waarschijnlijk sluiten Nederland en België in de toekomst alsnog een (compleet) nieuw belastingverdrag.

Dit betekent onder andere dat vanaf 1 januari 2022 de minimumstandaard over verdragsmisbruik van toepassing is (de zogeheten Principal Purpose Test (‘PPT’)). Dit houdt in dat de Nederlandse en/of de Belgische belastingdienst verdragsvoordelen kan weigeren. Bijvoorbeeld als het aannemelijk is dat één van de voornaamste doelen van een bepaalde transactie of structuur het verkrijgen van een belastingvoordeel is. Dit heeft mogelijk een effect op de hoogte van de Nederlandse dividendbelasting op dividenduitkeringen naar een Belgische vennootschap.

Hogere Nederlandse dividendbelasting vanwege MLI

Tot en met 31 december 2021 gold dat op een dividenduitkering van een Nederlandse vennootschap aan een Belgische vennootschap maximaal 5% Nederlandse dividendbelasting verschuldigd kon zijn op basis van het belastingverdrag Nederland-België. Dit percentage stijgt naar 15% Nederlandse dividendbelasting wanneer de Nederlandse belastingdienst kan bewijzen dat er sprake is van (verdrags)misbruik. Het percentage van 15% gold en blijft gelden voor dividenduitkeringen van een Nederlandse vennootschap naar een in België woonachtige natuurlijk persoon.

Belgische belastingdienst en verdragsmisbruik

Wij begrijpen dat België onder omstandigheden de Belgische “deelnemingsvrijstelling” (DBI) in de Belgische vennootschapsbelasting niet langer toepast(te) wanneer sprake is van (verdrags)misbruik. Mogelijk belast zij in dit geval de dividenduitkering mogelijk ook aanvullend in België tegen 25% Belgische vennootschapsbelasting.

Wanneer is er volgens de Nederlandse belastingdienst sprake van verdragsmisbruik?

De Nederlandse belastingdienst kan bijvoorbeeld stellen dat sprake is van verdragsmisbruik als de aandeelhouder van de Nederlandse vennootschap een Belgische (passieve) houdstervennootschap is; geen of nauwelijks (economische) activiteiten verricht / onvoldoende reële aanwezigheid heeft (“substance”). Afgelopen jaar (juni 2021) bevestigde het gerechtshof in Nederland dat de Nederlandse belastingdienst terecht kan stellen dat afhankelijk van de daadwerkelijke situatie sprake is van (verdrags)misbruik als de aandelen worden gehouden door een Belgische (passieve) houdstervennootschap.

Wat moet je doen bij dividenduitkering aan een Belgische Vennootschap?

Wij raden aan om voorafgaand aan een dividenduitkering door een Nederlandse vennootschap aan een Belgische vennootschap een internationaal belastingadviseur te raadplegen. Dit voorkomt mogelijk een substantiële aanvullende belastingheffing ten opzichte van de situatie tot en met 2021.

In welke situaties heeft de minimumstandaard in MLI nog gevolgen?

Naast de bovengenoemde minimumstandaard bepaling in het MLI heeft de inwerkingtreding van het MLI op het belastingverdrag tussen Nederland en België mogelijk ook in de volgende situaties gevolgen. In een latere bijdrage zullen wij hier uitgebreider op ingaan.

  • Nederland en België zien de fiscale gevolgen van een bepaalde ondernemingsvorm verschillend: een land vindt de ondernemingsvorm (fiscaal) transparant en het andere land (fiscaal) niet-transparant. Dit kan bijvoorbeeld zijn bij een commanditaire vennootschap (opgericht naar Belgische recht);
  • Er was in de huidige situatie geen sprake van een vaste inrichting in het andere land omdat het type werkzaamheid en/of meerdere typen werkzaamheden in het andere land wordt uitgezonderd om als vaste inrichting aan te merken (magazijn, marketing, uitstalling koopwaar);
  • Situaties waarin over hetzelfde inkomen zowel in Nederland als België geen belasting wordt geheven;
  • De MAP (onderling overleg procedure) valt vooralsnog niet onder het MLI. Dat is positief voor naar België verplaatste Nederlandse vennootschappen. Dit betekent dat nog steeds wordt gekeken waar de feitelijke leiding van de vennootschap plaatsvindt doorslaggevend blijft.

Globale werking Multilateraal Instrument

Het Multilateraal instrument (‘MLI’) geeft landen de mogelijkheid om bestaande belastingverdragen aan te passen zonder dat daar nieuwe onderhandelingen voor vereist zijn (en eerst een nieuw belastingverdrag dient te worden gesloten). De bepalingen zoals vermeld in het MLI werken namelijk door in belastingverdragen afgesloten tussen verschillende landen. Dit ziet men dan ook als een efficiënte manier om belastingontwijking tegen te gaan. Daarbij hebben landen zelf de keuze om – met uitzondering van een aantal minimumstandaarden – verschillende bepalingen van het MLI door te laten werken in belastingverdragen. Alleen wanneer beide landen een bepaling uit het MLI door laten werken, zal de bepaling van toepassing zijn op het desbetreffende belastingverdrag.

Het MLI kan dus verregaande consequenties hebben voor structuren waar zowel Nederland als België bij betrokken is. Het is bij dit soort structuren raadzaam om naast het belastingverdrag ook het MLI te raadplegen.

Neem bij vragen gerust contact op met ons team van internationale belastingadviseurs!